dinsdag 11 februari 2025

Leopolis semper fidelis

Jozef Wittlin: Mijn Lwow. Van Oorschot. 80 pagina's

Lwow, nu Lviv en ooit Lemberg, maar nog steeds Leopolis lag ooit in de het koninkrijk Lodomenie, dat onderdeel was van de Habsburgse dubbelmonarchie. Midden-Europa kent zoveel koninkrijken, landstreken en gebieden die op geen enkele actuele kaart meer terug te vinden zijn zoals: Galicië, Silezië, Roethenie, De Bukovina, Transsylvanië, De Banaat en Vojvodina.


Wat deze gebieden allemaal met elkaar gemeen hebben is dat ze ooit onderdeel waren van een groter geheel dat vanuit Wenen en Boedapest werd bestuurd. Dit grotere geheel, was een multi-etnische staat van Duitsers, Polen, Roemenen, Oekraïners, Hongaren, Joden, Slovenen en Serviërs en nog zoveel meer volkeren, talen en religies, en bijna 200 jaar heeft bestaan.

Jozef Wittlin beschrijft de stad aan de hand van zijn pleinen, straten en fonteinen, maar ook de standbeelden van de vele dichters, revolutionairen en prinsen. Wanneer hij dit allemaal opschrijft is Lwow, Lviv geworden en ligt het inmiddels in de Sovjetunie. De stad die hij beschrijft bestaat dan niet meer. Zijn Lwow is vooral een Habsburgse stad, hoewel ze ook eeuwen verbonden is geweest aan de Poolse kroon. Lwow kent geen centrale rivier, geen Donau of Wizla maar wel vele kerken, musea scholen en paleizen. Volgens Wittlin doet ze denken aan Rome, omdat Lwow net als de eeuwige stad op verschillende heuvels is gebouwd.

In dit boek roept hij de stad op zoals bij het heidens Dziady feest de voorouders worden aangeroepen en geëerd. Het is een herinnering aan voorbije tijden, hoewel Wittlin ons van te voren waarschuwt dat er geen grotere bedrieger is dan het geheugen, dat volgens hem alles vervalst. Tegelijkertijd moeten we volgens hem ieder beeld dat van de wereld in ons geheugen is gegrift ook voor werkelijkheid houden. De werkelijkheid van de ziel: en dan maakt het niet meer uit of de stad nu werkelijk is in onze herinnering, of iets anders. Lwow is die typische stad die je je voorstelt bij een stad uit de Dubbelmonarchie: met trams, koffiehuizen, volle terrassen met obers, bisanzen die je bestelling op komen nemen: een winu of pivu. Een stad met besnorde geüniformeerde heren, straatschoffies en ulanen die dames het hof maken onder het bladerdak van de platanen op Vysoky Zamok.

Dit Lwow bestaat niet meer alleen in de herinnering van Wittlin die het allemaal goed heeft onthouden en opgeschreven, hoewel de eindeloze opsomming van Poolse dichters wellicht iets te veel van het goede is. Zijn stad is voorgoed verloren wanneer hij dit allemaal in New York neerpent, maar in zijn woorden blijft dat Lwow altijd bestaan.

 

 

donderdag 14 november 2024

Lachen om filosofietjes

Connie Palmen: De Vriendschap. Prometheus. 311 pagina's

De Vriendschap is een roman over de vriendschap tussen twee vrouwen. De titel is dus geen verrassing: je zou niet verwachten dat het boek niet over een vriendschap gaat. Eigenlijk is de titel niet bijster origineel en daarom slecht gekozen.
En net zoals de titel is het boek zelf misschien ook wel een beetje saai.
De vriendschap van Kit (Catharina) voor Ara (Barbara) wordt beschreven vanaf het ontstaan tot het einde ervan.


De eerste tien a' twintig pagina's gaan over hoe Kit Ara ontmoet. Ara verschijnt op een dag als nieuwe leerling ineens op het schoolplein. Ze is anders dan de andere leerlingen: ze is groter en knapper en in haar manier van kleden ook verschillend.
Kit besluit onmiddellijk Ara beter te willen leren kennen. En dat gebeurd ook; op pagina 23 is de vriendschap tussen de beide meisjes beklonken.
Over de reden waarom Kit dit zo graag wil wordt niet veel uit de doeken gedaan. De ietwat mysterieuze beschrijving van Ara; trots en met een soevereine nonchalance, gehuld in een dikke zwarte jas wordt niet verder uitvergroot. Kit wil simpelweg niet langer met de andere kinderen spelen. Deze introductie van Ara en Kit is meteen het beste gedeelte van het boek. Palmen weet een geloofwaardige scene neer te zetten: een schoolplein midden jaren 60, ergens in het zuiden van Nederland. Zo wordt je als lezer lekker gemaakt; je koestert nog de verwachting dat er van alles kan gebeuren. Wordt deze verwachting later ingelost, dan weet je dat je met een goed boek te maken hebt. Dit kan zelfs nog op de laatste pagina gebeuren.

Wanneer de schrijver erin slaagt jou mee te voeren naar die laatste pagina, zonder dat er aan geloofwaardigheid wordt ingeboet dan ontstaat er iets moois tussen lezer en schrijver. De hoofdpersonen doen geen onwaarschijnlijke dingen, zaken worden niet afgeraffeld, er zijn geen onsamenhangende passages en de gedachtegangen van de personages zijn zuiver en geloofwaardig. Je kunt het je als lezer allemaal inbeelden; ontroerd raken, misschien een beetje verliefd worden of compleet van slag raken door het verhaal dat je aan het lezen bent. Maar Palmen boet in het 2de hoofdstuk van het 1ste deel al aan geloofwaardigheid in, wanneer ze Kit als 10/11 jarige een als diepzinnig bedoelde gedachtegang laat hebben, over waarom ze obsessies liever kwijt dan rijk is. Met deze passage wil Palmen ongetwijfeld via Kit haar eigen gedachtewereld met ons delen, maar het zijn natuurlijk ideeën die niet passen bij een 10-jarige: ‘Hoe meer verslavingen je hebt, hoe slechter je in staat bent de waarheid over jezelf te erkennen.’ Nee, hiermee heeft Palmen het bij mij als lezer verloren en het wordt er verder niet veel beter op. Kit gaat studeren, ze krijgt minnaars en blijft bevriend met Ara. Maar nu ze psychologie en filosofie studeert begint Kit op een pedante manier allerlei concepten aan de lezer op te dringen. Concepten die misschien indruk maken op een middelbare scholier, maar bij de doorsnee lezer alleen maar lachlust opwekken.

Echt potsierlijk wordt het wanneer Ava in huilen uitbarst en de lezer twee zinnen verderop met Marx en Hegel om de oren wordt geslagen. Kit raakt verslaafd aan de drank en haar avonturen met de fles hebben iets beklagenswaardig, iets zeurderigs; geen moment voel je met haar mee dat ze echt lijdt onder haar verslaving. En zo verliest Kit als hoofdpersoon uiteindelijk haar geloofwaardigheid, daarom is de De Vriendschap geen goed boek. Het is teveel een construct, een roman die een dichotomie tussen twee personen, twee denkwerelden wil uitvergroten om je als lezer een bepaald inzicht mee te geven. En dat gaat uiteindelijk behoorlijk vervelen, want lachen om filosofietjes is na twee pagina's wel leuk geweest.

woensdag 16 oktober 2024

Montaigne

 

Stefan Zweig: Montaigne. Athenaeum. 126 pagina’s

Waar je bij het lezen van Montaigne vooral toe wordt aangezet is te willen leven zoals hij; mild, tolerant, open naar anderen, vrij van politiek noch ideologie.

 

 

Tegelijkertijd heeft Montaigne, zoals Zweig hem omschrijft bepaalde onhebbelijke trekjes; in zijn zoektocht naar zijn essence (essentie), sluit hij zich af van de wereld, bemoeit zich niet meer met zijn huishouden en gezinsleden en is alleen maar aan het lezen.
"Boeken zijn de beste proviand op deze wereldreis." Montaigne is een 'casual reader'; wanneer een boek niet bevalt slaat hij de passage over of legt het boek aan de kant. "Als ik ergens geen plezier in heb dan lukt het niet." Hij maakt notities van wat hij leest, onderstreept passages en noteerd achterin het boek de datum waarop hij het heeft uitgelezen Hij begint zijn gedachten op te schrijven maar vindt zichzelf geen schrijver Hij is slechts 'reflechiseur', weerspiegelaar.

Als 'pensee vagabonde' heeft hij maar 1 middel tot zijn beschikking om zijn droombeelden en mijmeringen vast te houden, die hem golf na golf overspoelen; ze op te schrijven in de kantlijn, of op de laatste pagina van het boek dat hij op dat moment aan het lezen is. Na 10 jaar afzondering komt hij weer uit zijn toren en maakt een reis naar Italie via de Duitse landen.
Toch blijft hij enigszins wereldvreemd; en slaat zelfs op de vlucht. Wanneer de pest uitbreekt in Bordeaux, de stad waarvan hij op dat moment burgemeester is.

Montaigne is een biografie en tegelijkertijd ook Zweig's autobiografie.
Zweig probeerde ook de menselijkheid van zijn hart ongeschonden te houden/ te behouden, temidden van beestachtigheid toen hij bezig was aan dit boek Hij zocht naar manieren om zijn essence in stand te houden, terwijl om hem heen de wereld uitelkaar aan het vallen was. Hij hoopte een manier hiertoe, te vinden bij de humanist uit de zestiende eeuw.
Als Jood moest hij zijn geboorteland Oostenrijk ontvluchten voor de Nazi's, die steeds meer beperkingen oplegden aan deze bevolkingsgroep. Samen met zijn vrouw verruilde hij zo voor het uitbreken van de Tweede wereldoorlog Oostenrijk voor Engeland. Maar hier kon hij niet aarden. Via de Verenigde Staten kwam hij in Brazilie terecht, waar ze zich in Petropolis vestigden.

Overal in Europa werd het wurgkoord om de nek van de ongewensten steeds strakker aangetrokken. Omdat de machthebbers nu eenmaal niet van de ene op de andere dag miljoenen de dood in konden drijven, werd het moordplan stap voor stap uitgevoerd. Steeds verder werden de ongewensten afgezonderd van de rest van de maatschappij. Zweig wist dit dreigende gevaar voor te blijven, maar ondanks dat voelde hij zich steeds meer in het nauw gedreven. Vlak na het voltooien van het manuscript benamen hij en zijn vrouw zich van het leven.

Montaignes onverstoorbare zoektocht naar hoe werkelijk te leven en de manier waarop hij dit benaderde; tolerant en met aandacht voor het leven om hem heen, heeft Zweig uiteindelijk niet de kracht gegeven om zijn menselijkheid te behouden. Met zijn zelfgekozen dood gaf Zweig zijn essentie uiteindelijk prijs aan de beestachtigheid.

dinsdag 1 oktober 2024

De Onontdekte Rijken van Taal: De Mogelijkheid van Nieuwe, Nog Niet Ontwikkelde Talen in Borges' Bibliotheek van Babel

 

Inleiding

Het raadselachtige korte verhaal "De Bibliotheek van Babel" van Jorge Luis Borges presenteert een oneindig universum van onderling verbonden zeshoekige kamers, elk met boeken die alle mogelijke combinaties van letters en tekens bevatten. Terwijl het verhaal voornamelijk de uitgestrektheid van kennis en de zinloosheid van het ontcijferen ervan verkent, rijst er een intrigerende mogelijkheid: zou deze grenzeloze bibliotheek talen kunnen bevatten die nog moeten worden ontwikkeld? Deze essay duikt in het idee dat binnen de oneindige variaties van de bibliotheek de potentie bestaat voor het ontstaan van volledig nieuwe talen die nog niet zijn bedacht.

 


 

De Aard van de Bibliotheek

De bibliotheek van Borges is gebaseerd op het principe van uitputtendheid en bevat alle denkbare boeken, ongeacht coherentie of betekenis. De inhoud van de bibliotheek omvat zowel bekende talen als onsamenhangende combinaties, waardoor er een scala aan talen ontstaat die het spectrum van menselijke taalvaardigheid beslaan. Het is echter belangrijk op te merken dat de bibliotheek niet noodzakelijkerwijs oneindige permutaties van taal bevat, maar eerder een astronomisch, zij het eindig, aantal daarvan.

De Aanleiding tot Vernieuwing

In de uitgestrektheid van de Bibliotheek van Babel is de ongelooflijke hoeveelheid mogelijke talen verbazingwekkend. Hoewel het waar is dat de meeste van deze talen onzinnig of onbegrijpelijk zouden zijn, kan de potentie voor unieke taalsystemen niet worden genegeerd. Net zoals menselijke talen in de loop van de tijd zijn geëvolueerd en aangepast door sociale, culturele en milieu-invloeden, zouden de oneindige variaties van de bibliotheek onbedoeld deze invloeden kunnen simuleren, wat leidt tot het ontstaan van nieuwe talen.

De Invloed van Structuur

Taal gaat niet alleen over afzonderlijke woorden; het steunt ook zwaar op structuur, grammatica en syntaxis. De structuur van de bibliotheek, bestaande uit onderling verbonden kamers en boeken, zou mogelijk volledig nieuwe structurele paradigma's kunnen voortbrengen. Bijvoorbeeld, er zou een taal kunnen ontstaan waarin betekenis wordt overgebracht door niet alleen de rangschikking van woorden, maar ook door de ruimtelijke relatie van boeken binnen de kamers. Zo'n taalsysteem zou radicaal verschillend zijn van elke bestaande taal en onze opvatting van communicatie uitdagen.

De Rol van Toeval

Binnen de labyrintische gangen van de bibliotheek speelt toeval een aanzienlijke rol. Net zoals apen willekeurig typend op toetsenborden uiteindelijk een Shakespeareaans sonnet zouden kunnen produceren, zouden de ontelbare iteraties van letters en tekens fortuinlijk kunnen samenvallen om een coherent taalsysteem te creëren. Deze taal zou geboren worden uit pure willekeur, zonder enige connectie met enige culturele of historische context - een getuigenis van het verbazingwekkende potentieel van de permutaties van de bibliotheek.

De Grenzen van Menselijke Interpretatie

Hoewel de Bibliotheek van Babel mogelijk nieuwe talen herbergt, ligt de uitdaging in menselijke interpretatie. Als dergelijke talen zouden opduiken, zou het begrijpen ervan een immense strijd zijn. Onze kennis van taal is geworteld in gedeelde culturele en contextuele kaders. Een taal die uit de bibliotheek naar voren komt, zou zo vreemd kunnen zijn dat het ontcijferen ervan lijkt op het ontcijferen van een buitenaardse boodschap.

Conclusie

Jorge Luis Borges' "De Bibliotheek van Babel" is een prikkelende verkenning van kennis, taal en de immense mogelijkheden. Hoewel het ontstaan van volledig nieuwe talen binnen de pagina's van de bibliotheek een fascinerend concept is, herinnert het ons ook aan de beperkingen van menselijk begrip. Het verhaal dient als een metafoor voor de onontdekte gebieden van taal en de grenzeloze potentie van taalkundige diversiteit die de mensheid nog moet tegenkomen. Of dergelijke talen al dan niet bestaan binnen de grenzen van Borges' fictieve bibliotheek, het idee blijft hangen als een getuigenis van de blijvende mysteries van taal en de menselijke verbeelding.